Om de coronacrisis in de verpleeghuizen het hoofd te bieden moesten organisaties als het ministerie, de GGD en branchevereniging ActiZ razendsnel schakelen. Prof. dr. Cees Hertogh, hoogleraar ouderengeneeskunde & ethiek van de zorg bij het Amsterdam UMC, vertelt over de aanpak, de impact en de geleerde lessen. Hij is ook lid van de Task Force Antimicrobial Resistance bij het RIVM en van het landelijk Outbreak Management Team. Hertogh is voorzitter van een van de zes academische werkplaatsen (Universitair Netwerk Ouderenzorg Amsterdam). Met twee onderzoeken naar het beloop en de verspreiding van COVID-19 legde hij samen met collega-hoogleraar Bianca Buurman de basis voor het beleid bij een uitbraak in verpleeghuizen.

Lees hier het interview met Vilans.

PERSBERICHT

Amsterdam, 1 september 2020

Bij nieuwe uitbraak in verpleeghuis is snelle diagnose essentieel

“Het is zeer onwenselijk dat verpleeghuizen bij een nieuwe coronagolf opnieuw de deuren moeten sluiten”, zeggen hoogleraar Acute Ouderenzorg Bianca Buurman en hoogleraar ouderengeneeskunde Cees Hertogh van Amsterdam UMC. Zij deden de afgelopen maanden onderzoek in diverse verpleeghuizen om erachter te komen wat aan een uitbraak voorafging en
hoe het kon gebeuren dat zoveel verpleeghuisbewoners besmet raakten. “Bij een uitbraak moet een diagnose snel gesteld worden. Dat betekent meer testen en een snelle testuitslag.
Daarnaast is een beter gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen nodig en scholing voor het personeel, zodat klachten van patiënten –veelal bewoners met dementie- beter worden
herkend”, aldus Buurman en Hertogh.

Sinds het begin van de corona-uitbraak (SARS-CoV-2) in Nederland zijn veel verpleeghuizen getroffen door het virus, dat bij ouderen een ernstiger en fataler beloop kent. Het testbeleid is nu
gericht op mensen die mogelijke (milde) klachten hebben. Het is niet zeker of positief geteste bewoners en/of medewerkers zónder klachten ook bijdragen aan de verspreiding, maar het
onderzoek van Buurman en Hertogh wijst daar wel op. En dat zou volgens hen belangrijke gevolgen hebben voor het testbeleid in verpleeghuizen en het gebruik van persoonlijke
beschermingsmaatregelen.

Symptomatisch en presymptomatisch
“De belangrijkste vraag in ons onderzoek was in hoeverre presymptomatische bewoners en medewerkers een rol spelen in de verspreiding van corona in het verpleeghuis”, zegt Hertogh.
Een team onder leiding van Buurman en Hertogh deed onderzoek in vier verpleeghuizen. Daar werden alle bewoners en medewerkers getest, ongeacht of ze symptomen hadden. Op deze manier
konden mensen met klachten (symptomatisch) en zonder klachten (presymptomatische) worden onderscheiden. Vanwege het beperkte aantal besmettingen in drie van de vier verpleeghuizen, was het niet mogelijk daar een antwoord te vinden op de onderzoeksvraag. Bij het vierde verpleeghuis liep het onderzoek samen met een grote uitbraak. Zo’n veertig mensen waren bij de start van het onderzoek besmet.
De uitbraak in dit verpleeghuis met 185 bewoners met dementie is te herleiden tot een enkele bron, een bewoner heeft het coronavirus opgelopen in een ziekenhuis. Bij alle besmette bewoners en
medewerkers is vervolgens dezelfde virusstam teruggevonden. De positief geteste bewoners met en zonder klachten hebben eenzelfde aanzienlijk hoeveelheid virusmateriaal in hun lichaam, en beide groepen lijken even besmettelijk.

Extra scholing
Dit verpleeghuis is gespecialiseerd in dementiezorg. De bewoners begrijpen instructies minder goed en door de dementie zijn ze niet goed in staat om klachten te communiceren. “Het herkennen van corona-gerelateerde klachten is daarom enorm afhankelijk van observaties door zorgmedewerkers”, zegt Buurman, “en die hebben meer kennis nodig van de mogelijke symptomen en klachten die bij corona passen. Extra scholing is daarom nodig.”
Aan het begin van de uitbraak zaten soms enkele dagen tussen eerste gerapporteerde klachten en het daadwerkelijk testen van bewoners. Ook bleek – en dit is al bekend uit andere studies – dat
zorgmedewerkers moeite hebben bij zichzelf lichte klachten te herkennen of te signaleren. Bovendien is de werkdruk hoog en hebben medewerkers de neiging door te werken. Hierdoor
vormen zij onbedoeld een risico voor bewoners en collega’s. Daarnaast bleek de bouw van het verpleeghuis een extra complicatie bij het onder controle brengen van de uitbraak. Afdelingen zijn
in een open carré met elkaar verbonden. Bewoners hebben hierdoor extra bewegingsruimte, dat bijdraagt aan goede zorg voor mensen met dementie. Maar het heeft ook nadelen bij het bestrijden van een besmettelijke ziekte.

De IC van de ouderenzorg
Buurman en Hertogh concluderen dat er geen onderscheid te maken is tussen presymptomatische en asymptomatische bewoners en medewerkers als het gaat om de verspreiding van het virus. Ze adviseren dan ook een aanscherping van het landelijk beleid voor de (kortdurende en langdurige) verpleeghuiszorg. Het advies bestaat uit drie fases: groen, oranje en rood. Bij groen is er nog weinig aan de hand, maar kunnen wel duidelijke afspraken worden gemaakt in geval van een uitbraak. Zodat iedereen weet waar hij aan toe is. Bij oranje is er een toenemend aantal besmettingen in de omgeving van een verpleeghuis. Dan moeten maatregelen genomen worden om te zorgen dat corona niet in het verpleeghuis komt. Dat kan door regulering van bezoek, het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen voor zowel medewerkers als bezoek en een quarantaine voor nieuwe bewoners en bewoners die terugkomen van een ziekenhuisopname. Rood staat voor een uitbraak. Hier wordt gepleit voor wekelijks testen van bewoners en personeel, met en zonder klachten. Een snelle diagnose is dan essentieel en beter letten op (eigen) klachten en daarnaar handelen. “We moeten voorkomen dat een verpleeghuis opnieuw moet sluiten voor bezoek”, aldus Buurman en Hertogh, “Het verpleeghuis is de intensive care van de ouderenzorg, met de voorgestelde adviezen hopen we samen corona te bestrijden en tegelijk te waken voor de kwaliteit van leven van onze meest kwetsbare ouderen.”

Het onderzoek naar presymptomatische transmissie van COVID-19 in vier verpleeghuizen is door Amsterdam UMC, afdeling Ouderengeneeskunde, in samenwerking met Erasmus MC, afdeling
virologie en GGD Amsterdam uitgevoerd. Hier vindt u inhoudelijke informatie over het onderzoek.

Noot voor de redactie (niet voor publicatie):
Neem voor meer informatie contact op met Nicole de Haan, wetenschapsvoorlichter en
communicatieadviseur, locatie VUmc, (020) 444 3444/communicatie@vumc.nl.

Nu online, het juni nummer van Tijdschrift voor Ouderengeneeskunde. Met dilemma’s, actualiteiten, vaste rubrieken, blogs en onderzoeken. Lees ‘m hier.

Door Julia van Weert, Nathalie van der Velde en Cees Hertogh (namens de programmaraad Aging & Later Life, APH).

De bijna 2,5 miljoen ouderen in Nederland vormen een heel diverse groep, van vitaal en zelfredzaam tot kwetsbaar en op zorg aangewezen. Toch is deze groep in de afgelopen drie maanden vrijwel zonder nuance als risicogroep neergezet en nauwelijks in beleid betrokken. Daarmee is de beeldvorming van ouderen razendsnel veranderd en is er een paradox van zorg en welzijn ontstaan: juist de groep die we proberen te beschermen ervaart ernstige nadelen van ons beleid. Laten we deze eenzijdige en negatieve beeldvorming zo snel mogelijk terugdraaien, ouderen een stem geven en voorkomen dat hun kenschets als risicogroep ‘het nieuwe normaal’ wordt.

Lees verder op www.sociaal.web

Dit tweede factsheet, met analyses van de COVID-19 data vastgelegd in Ysis, betreft data van hetzelfde cohort als in de eerste factsheet, maar nu met een vervolg tot half mei en gekoppelde analyse van de usual care data (Ysis). Hierdoor is er nu ook inzage in co-morbiditeit, leeftijd, geslacht en verblijfssituatie.

Belangrijkste conclusies zijn:

 

  • Bevestiging van de bevindingen uit de vorige factsheet, maar nu met meer data: COVID-19 infecties gaan gepaard met veel sterfte
  • Mannen zijn zwaarder getroffen dan vrouwen: overlijden meer en sneller met hogere symptoomlast
  • Een goede verklaring hiervoor is niet gevonden. Het in de bestaande literatuur vaak genoemde verschil in co-morbiditeit tussen mannen en vrouwen is niet verklarend voor het verschil in sterfte in deze populatie van zeer kwetsbare ouderen
  • Dementie, Ziekte van Parkinson en nierfalen zijn geassocieerd met een hoger risico op overlijden.

Download hier de tweede factsheet

 

“Intens gelukkig dat ze weer bezoek mocht ontvangen.”

Ervaringen met de verruiming van de bezoekregeling in verpleeghuizen.

Sinds maandag 11 mei worden onder strikte voorwaarden weer bezoekers toegelaten in 26 verpleeghuizen in Nederland. Sinds 25 mei is bezoek toegestaan bij alle verpleeghuislocaties die op vrijwillige basis aan de verruiming willen deelnemen en aan de gestelde voorwaarden kunnen voldoen.

Deze verruiming van de bezoekregeling wordt nauwgezet gevolgd door de Samenwerkende Academische Netwerken Ouderenzorg, waarvan UNO onderdeel uitmaakt.

Lees de resultaten van de dieptemonitoring en een globale monitoring hier:

Factsheet Dieptemonitoring bezoekregeling 11-29 mei

Monitor_resultaten_VWS_RAPPORT_8 juni 2020

 

Een overzicht van alle COVID-19 gerelateerde berichten en onderzoeken binnen UNO-VUmc vind je hier.

 

 

De kracht van ons netwerk: door samenwerking beter.

2019, een jaar waarin binnen ons netwerk hard gewerkt is om verder bij te dragen aan goede zorg en behandeling voor ouderen met complexe zorgvragen.

De kracht van ons netwerk zit in samenwerking: samenwerking tussen zorgverleners en onderzoekers, samenwerking tussen de UNO-organisaties onderling en samenwerking met organisaties buiten ons netwerk. En de laatste jaren groeit ook de samenwerking met cliënten en hun vertegenwoordigers. De ambitie om ouderen goede zorg en behandeling te verlenen en hiertoe kennis te ontwikkelen, te delen en toe te passen verbindt ons. We richten ons daarbij op onze thema’s ‘goede zorg voor mensen met hersenaandoeningen’, ‘goede zorg voor revalidanten’ en ‘goede organisatie van zorg’.

Wij geven in dit jaarverslag graag een beeld van onze activiteiten in 2019. En we laten u graag kennis maken met de mensen die daarbij betrokken zijn, want juist zij vormen de drijvende kracht achter ons netwerk. Dit zijn bijvoorbeeld de cliëntvertegenwoordigers die samen met zorgverleners en onderzoekers deelnemen aan de UNO-/wetenschapscommissies; Of de zorgverleners en onderzoekers die binnen de themagroepen de vertaling van wetenschap naar praktijk maken, en andersom ook de vertaling van de praktijk naar de wetenschap; de bestuurders die samen met ons kiezen voor de start van een ontwikkelpraktijk, en die daarmee onderzoekers en zorgverleners de ruimte geven om onderzoek te ontwikkelen op de werkvloer; En dit zijn ook onze promovendi die zorgen dat het onderzoek waar zij verantwoordelijk voor zijn op een goede manier wordt uitgevoerd.

Over deze mensen, en de projecten waaraan zij bijdragen gaat het in dit jaarverslag.

Veel leesplezier!

 

Welke aspecten spelen een rol om tot weloverwogen besluiten te komen?

Vanaf 19 maart 2020, geldt een stringente bezoekregeling in verpleeghuizen. Hoewel de maatregel op goede gronden is getroffen, plaatst deze professionals in de langdurige zorg voor lastige dilemma’s. Vanaf 11 mei 2020 zal de regeling stapsgewijs verruimd worden, te beginnen met één bezoeker per persoon onder strikte voorwaarden in 25 geselecteerde verpleeghuizen.

Medio april 2020 inventariseerden wij de dilemma’s die specialisten ouderen geneeskunde in opleiding, hun opleiders en docenten ervaren onder de strikte bezoekregeling. De eerste resultaten uit deze survey geven een goede indruk van wat de meest schrijnende situaties zijn. Deze vragen prioriteit bij de invulling van de verruiming van de bezoekregeling. Aan de hand van vier casus willen wij laten zien dat de gevolgen van de bezoekregeling diep kunnen ingrijpen in het leven van mensen in het verpleeghuis. Tegelijk bieden deze casus aanknopingspunten voor de inhoudelijke invulling van de verruimde/versoepelde bezoekregeling.
Lees hier het volledige artikel.

En klik hier voor een bezoek aan onze COVID-19 pagina, waar u ons laatste nieuws over dit onderwerp kunt lezen.

Het corona virus houdt Nederland in zijn greep. Wij doen er alles aan om de verspreiding van het virus terug te dringen. Daartoe is nodig dat we snel beter inzicht krijgen in hoe het virus zich binnen het verpleeghuis verspreidt. Uit onderzoek dat in het buitenland (VS) is uitgevoerd, komt naar voren dat mensen mogelijk al besmettelijk kunnen zijn voordat ze zelf ziekteverschijnselen krijgen. Om bewoners en medewerkers optimaal te kunnen beschermen, vinden wij het van groot belang om na te gaan of dat werkelijk zo is.

Daarom is op maandag 4 mei een onderzoek gestart in 3 verpleeghuizen verspreid over Nederland. Bewoners en medewerkers van betrokken organisaties zijn hier inmiddels over geïnformeerd. Het betreft de organisaties Argos Zorggroep, Cordaan en Tante Louise. Per organisatie doet één zorglocatie mee.

Testen
Alle bewoners en medewerkers worden systematisch getest op besmetting met het corona-virus. Iedereen wordt dus gevraagd zich te laten testen – ook als zij recent al getest zijn. Tegelijk vragen wij medewerking bij het invullen van een korte vragenlijst over klachten die mogelijk kunnen wijzen op een infectie. Dit doen we samen met de GGD. In de week van 11 mei wordt de vragenlijst opnieuw afgenomen en worden bewoners en medewerkers die eerder niet besmet waren opnieuw getest. Dezen worden dan een week later (week van 18 mei) opnieuw gevraagd de vragenlijst in te vullen. Alle testuitslagen die wijzen op de aanwezigheid van het virus, worden vervolgens nader geanalyseerd om vast te stellen of het om dezelfde stam van het coronavirus gaat.

Onderzoekers van Amsterdam UMC, onder leiding van prof. Cees Hertogh en prof. Bianca Buurman, gaan onderzoeken, op grond van de testgegevens en vragenlijsten, hoe het virus zich verspreidt. Zij zullen de betrokken organisaties en de sector adviseren over de maatregelen die getroffen moeten worden om het coronavirus doeltreffend te bestrijden.

Wij verwachten dat de resultaten van deze aanpak niet alleen de medewerkers en bewoners van de betrokken organisaties ten goede zullen komen, maar ook de basis gaan vormen voor landelijke beleid om het Corona virus in verpleeghuizen terug te dringen en uitbraken te voorkomen.

Samen krijgen we het coronavirus onder controle!

 

Meer informatie over COVID-19 gerelateerde onderzoeken en onderwerpen vind je hier. 

Voor pers gerelateerde vragen mag u contact opnemen met:

Maike Sparrius (maike.sparrius@amsterdamumc.nl)
Communicatie- en Kennisadviseur UNO-VUmc
Amsterdam UMC

 

Met als thema Acute Ouderengeneeskunde biedt het Tijdschrift voor Ouderengeneeskunde deze maand een schat aan actuele informatie. Lees onder andere het artikel ‘COVID-19 onder medewerkers in het verpleeghuis met verkoudheidsklachten, maar zonder koorts’, en blader door naar het artikel van:

– Eefje Sizoo en Marja Depla over behandelbeslissingen na een ernstig CVA

– Tjarda Boere en Laura van Buul over het UPCARE-onderzoek

– ‘Hora est’ van de promotie van Ineke Gerridzen (‘Nothing is wrong with me’)

– AIOS Heleen Driever

Lees hier het april nummer.

De COVID-19 pandemie heeft een onwaarschijnlijk grote impact op de gezondheidszorg, en terwijl we dit schrijven beseffen we dat het eind nog lang niet inzicht is. Het virus verspreidt zich erg snel en onvoorspelbaar. Ouderen en mensen met comorbiditeit zijn de meest bedreigde groep, zij hebben een duidelijk slechtere prognose.
De afgelopen weken is hard gewerkt aan een behandeladvies specifiek voor ouderen. Verschillende experts, waaronder medewerkers van de verschillende academische werkplaatsen hebben hier hun steentje aan bijgedragen.

 

Bekijk hier het Behandeladvies Post-COVID-19 Geriatrische revalidatie.

Voor alle COVID-19 gerelateerde berichten van het UNO-VUmc, klik hier.

Op woensdag 11 maart 2020 om 15.45 uur vindt de promotieplechtigheid plaats van Ineke Gerridzen, specialist ouderengeneeskunde bij Atlant.

Zij mag dan haar proefschrift ‘Nothing is wrong with me. Behavioural symptoms and awareness in people with Korsakoff syndrome and other alcohol-related cognitive disorders living in nursing homes’ in het openbaar verdedigen. In 2014 is zij samen met Atlant en de afdeling Huisartsgeneeskunde en ouderengeneeskunde van Amsterdam UMC, locatie VUmc onder begeleiding van prof. dr. Cees Hertogh gestart met de KORSAKOV-studie. Dit betreft een beschrijvend onderzoek naar de kenmerken en het functioneren van mensen met het syndroom van Korsakov die in het verpleeghuis verblijven en richtte zich specifiek op het voorkomen van probleemgedrag en ziekte-inzicht, en de onderlinge verbanden bij deze groep mensen. Aan dit onderzoek hebben diverse zorgorganisaties deelgenomen.

Voorafgaande aan de promotieplechtigheid zal een minisymposium gehouden worden.

U bent van harte uitgenodigd voor zowel het minisymposium als de promotieplechtigheid. Via deze link kunt u zich aanmelden.

Titel van het minisymposium:

‘Korsakov op de kaart’. Hoe kennisontwikkeling bijdraagt aan specialistische zorg voor mensen met het syndroom van Korsakov.

Datum: woensdag 11 maart 2020

Locatie: Auditorium Hoofdgebouw Vrije Universiteit, Amsterdam

Adres: De Boelelaan 1105, 1081 HV Amsterdam

Routebeschrijving: vanaf de hoofdingang van het Hoofdgebouw loopt u rechts de trap op tot u in de foyer komt en dan weer links de trap op naar het aulaniveau. Als u hier linksaf loopt ziet u aan uw linkerzijde het auditorium.

 

Programma symposium en promotieplechtigheid:

12.00 – 13.00   Inloop met koffie/thee/broodjes

13.00 – 13.10   Opening en introductie van de dagvoorzitter door prof. dr. Cees Hertogh, hoogleraar Ouderengeneeskunde & Ethiek van de zorg voor kwetsbare ouderen, UNO-VUmc

13.10 – 13.20    Dagvoorzitter drs. Thijs Houtappels, bestuurder Atlant en bestuurslid Korsakov Kenniscentrum

13.20 – 13.40   Wetenschap en cognitie, interview prof. dr. Roy Kessels, hoogleraar neuropsychologie, Radboud Universiteit, Donders Instituut en voorzitter Wetenschapsraad Korsakov Kenniscentrum

13.40 – 14.00   Een kijkje in het brein; wat is bewustzijn/awareness? Anouk van Loon, cognitieve neurowetenschappen, onderzoeker, UNO-VUmc

14.00 – 14.10   De ontwikkeling van kennis- en expertisecentra. Vlog met o.a. Anno Pomp, Coördinator Strategie Directie Langdurige Zorg, Ministerie van VWS. Cynthia Vogeler MSc, directeur Korsakov Kenniscentrum. Loes van Dusseldorp MSc, onderzoeksbegeleider en praktijkonderzoeker, Atlant. Wiltine Moerman MSc, psycholoog/onderzoeker, Atlant.

14.10 – 14.30   Expertisecentrum in de praktijk, Hedwig de Vries, Directeur behandeling en begeleiding, Atlant en Ester Willemse, Programmamanager Expertisecentra, Atlant

14.30 – 14.50   Wilsbekwaamheid bij het syndroom van Korsakov:
een ethisch perspectief door prof. dr. Cees Hertogh

14.50 – 15.00   Sluiting dagvoorzitter

15.00 – 15.45   Pauze, gelegenheid om naar de aula te lopen

15.45 – 17.15    Promotieplechtigheid

17.15 – 18.00    Receptie

 

Bekijk hier de uitnodiging. 

Wij zijn verheugd ons netwerk uit te kunnen breiden met Woonzorgconcern IJsselheem actief in de gemeenten Kampen, Zwartewaterland en Zwolle.

IJsselheem is een organisatie gespecialiseerd in zorg, wonen, welzijn en behandeling, en beschikt over grote deskundigheid op het gebied van ziekenhuis gerelateerde zorg en paramedische behandeling.

IJsselheem gaat zich binnen haar lidmaatschap met name richten op Goede zorg voor Revalidanten en wordt om die reden ook onderdeel van onze gelijknamige themagroep. Deze themagroep richt zich onder meer op goal setting (de patiënt centraal), triage, intensiteit van behandeling en ambulante revalidatie.

Wij denken met IJsselheem een enthousiaste organisatie te verwelkomen die een actieve rol kan gaan spelen binnen ons netwerk.

Collega’s van IJsselheem: van harte welkom bij ons mooie netwerk!

Amsterdam, 2 september 2019

 

‘Thirteen reasons why’ is een populaire, maar ook controversiële Netflix serie. Centraal daarin staat het verhaal van Hannah Baker, een middelbare scholiere die zelfmoord pleegt en tevoren cassettebandjes stuurt naar de mensen die zij daar verantwoordelijk voor houdt. Op deze bandjes deelt zij met hen de dertien redenen die haar tot haar zelfmoord hebben gebracht. De serie genereerde veel aandacht voor het thema zelfdoding onder jongeren, maar leidde ook tot navolging en kopieergedrag. En daarmee tot zorg over het uitstralingseffect van een dergelijke serie.

In Nederland staat voor het eerst sinds de legalisering van euthanasie een arts voor de strafrechter op beschuldiging van moord wegens het doden van een wilsonbekwame patiënt met dementie op grond van een schriftelijke wilsverklaring. Zij bracht in praktijk, wat sinds de aanvaarding van de wet als mogelijk scenario opgesloten lag in deze onevenwichtige wettelijke regeling.

Waarom is die wet onevenwichtig? Dat heeft alles te maken met de wilsverklaring. Alle in de praktijk gegroeide ethische normen inzake zorgvuldige euthanasie stoelen namelijk op communicatie en een wederkerige relatie tussen arts en patiënt. Met de wettelijke vastlegging van die normen had de wetgever in 2002 kunnen volstaan, maar toenmalig D66 minister Els Borst wilde ook de mogelijkheid creëren om euthanasie mogelijk te maken op basis van een schriftelijke wilsverklaring. Zo’n wilsverklaring geldt echter pas als zinvolle communicatie niet meer mogelijk is en daar ligt meteen de spanning met de op communicatie en wederkerigheid stoelende normen voor euthanasie. De wilsverklaring is daarmee van meet af aan een weeffout in de verder uiterst zorgvuldig ontwikkelde normen voor verantwoorde euthanasie. Want wat laat je nu prevaleren? De wilsverklaring of de waarden van communicatie en wederkerigheid? De wet biedt artsen onvoldoende kader en gezien deze onduidelijkheid was het slechts wachten tot een arts voorrang zou geven aan het volgen van een euthanasieverklaring.

Dat is nu gebeurd. Zelfs als de betrokken patiënte tijdens de uitvoering van de levensbeëindiging zou hebben gezegd: ‘ik wil niet dood’, had de arts haar toch gedood. Want, zo verduidelijkt zij in het verslag van de toetsingscommissie euthanasie, omdat patiënte wilsonbekwaam was waren haar verbale uitingen niet meer relevant.

Hoewel artsen deze handelwijze in meerderheid ‘een brug te ver’ vinden, is er veel emotionele betrokkenheid bij het lot van deze collega-arts: na een tuchtrechtelijke procedure wordt zij ook nog onderworpen aan een strafrechtproces. Dat gun je niemand, zo geven artsen desgevraagd aan.

Maar daar staat wel tegenover dat de gedragslijn van de arts in kwestie ingrijpende consequenties kan hebben voor het lot van (het toenemend aantal) mensen met gevorderde dementie en een euthanasieverklaring. En dat de druk op artsen om gevolg te geven aan een dergelijke wilsverklaring aanzienlijk zal kunnen toenemen, als de rechter over de handelwijze van deze arts een positief oordeel velt. Zo krijgt deze casus mogelijk een uitstralingseffect vergelijkbaar met ‘thirteen reasons why’.

Daarom geef ik hier ‘thirteen reasons why NOT’, dat wil zeggen: dertien overwegingen bedoeld om deze casus en de handelwijze van deze arts in een breder perspectief van goede zorg te plaatsen. Dat mis ik in de huidige gepolariseerde discussie, terwijl we dat bredere perspectief wel nodig hebben: ter reflectie, ter bezinning en ter preventie.

Thirteen reasons why NOT

  1. Een euthanasiewilsverklaring draagt het risico in zich van kokerdenken: de arts in kwestie heeft zich in de korte periode tussen opname en uitvoering (slechts 7 weken) van de levensbeëindiging uitvoerig toegelegd op het observeren van gedrag, om te beoordelen of dit kon worden geduid als ondraaglijk en uitzichtloos lijden. Zij heeft geen (multidisciplinaire) interventies beproefd gericht op behandeling van het gedrag en verlichting van de daarmee verbonden lijdensdruk. Had dat niet een voorafgaande stap in het hele proces moeten zijn?
  2. De arts heeft externe consultaties gevraagd ter beoordeling van het euthanasieverzoek. Niet is gebleken dat zij externe consultatie heeft gevraagd met het oog op behandeling van het probleemgedrag van patiënte en de daarmee verbonden lijdensdruk.
  3. Uit de beschrijving van het gedrag van patiënte komt duidelijk naar voren dat hier sprake was van probleemgedrag dat passend is bij dementie – en dat in die zin niet uniek is. Professionele richtlijnen inzake probleemgedrag benadrukken het belang van een methodische benadering en multidisciplinaire aanpak van dit gedrag. Van zo’n insteek is in de onderhavige situatie niets gebleken.
  4. De arts was namelijk op grond van haar langjarige ervaring stellig van mening dat psychosociale en medicamenteuze interventies bij deze patiënt ineffectief zouden zijn. Echter: te sterk vertrouwen op eigen ervaring – zo weten we uit onderzoek – kan een valkuil zijn en in de weg staan aan een objectieve en evenwichtige oordeelsvorming, zeker in extreme situaties als deze.
  5. De arts was van oordeel dat patiënte wilsonbekwaam was en dat haar wilsuitingen derhalve niet meer relevant waren: zelfs als zij had aangegeven niet dood te willen, zou de arts de levensbeëindiging hebben doorgezet. Hoe is dit negeren van wilsuitingen te verenigen met het kernprincipe van persoonsgerichte zorg (de standaard in de dementiezorg), om mensen met dementie in alle stadia van de aandoening steeds als persoon te blijven zien en benaderen?
  6. Een wilsonbekwame patiënt verliest niet het recht op informatie en consultatie, zo leren de WGBO en mensenrechtenverdragen. Een arts dient ook de wilsonbekwame patiënt steeds naar vermogen te betrekken en diens wilsuitingen zorgvuldig te wegen.
  7. ‘Ondraaglijk lijden’ is in de euthanasiewet een waardenoordeel van de patiënt over zijn lijden. De arts kan pijn meten en observeren, maar het oordeel dat pijn ondraaglijk is – en dat beproefde of aangeboden alternatieven ter verlichting geen perspectief meer bieden – komt primair toe aan de patiënt. En wat voor de ene patiënt ondraaglijk lijden is, is dat voor een andere niet. Daarom: om duidelijk te krijgen of lijden voor een patiënt ondraaglijk is, kan niet volstaan worden met observatie van gedrag of met het interpreteren van wilsverklaringen, maar is communicatie tussen arts en patiënt noodzakelijk.
  8. Communicatie is ook essentieel om te kunnen voldoen aan de vierde zorgvuldigheidsvoorwaarde inzake zorgvuldige euthanasie: ‘de arts moet samen met de patiënt tot de overtuiging zijn gekomen dat er voor de situatie waarin deze zich bevindt geen redelijke andere oplossing is’. Hoe kun je iemand doden als deze gezamenlijke overtuiging ontbreekt?
  9. Patiënte kreeg tijdens het ‘in een gezellige sfeer’ samenzijn voorafgaand aan de euthanasie dormicum in haar koffie, teneinde verzet te vermijden bij de uitvoering van de levensbeëindigende handeling. In termen van de Wet Bopz en de nieuwe wet Zorg en Dwang is dat een vorm van dwang die extra rechtvaardiging behoeft, omdat kwetsbare wilsonbekwame patiënten hun wil soms alleen nog maar via verzet kunnen kenbaar maken.
  10. Bij de uitvoering van de dodende handeling weerde patiënte af en moest zij door haar familie worden vastgehouden om de levensbeëindiging uit te kunnen voeren. De arts besloot op dat moment om af te maken wat zij begonnen was ‘en wilde nu geen koudwatervrees krijgen.’ Maar is het acceptabel om bij – zelfs maar de schijn van – verzet levensbeëindiging uit te voeren?
  11. Patiënte wilde euthanasie indien zij moest worden opgenomen in een verpleeghuis. Kan dit voor artsen eigenlijk wel een valide wilsverklaring zijn? Is het acceptabel om het aangewezen zijn op een bepaald type zorg – langdurige zorg in een voorziening die wij alle ouderen in ons land willen kunnen bieden als de nood aan de man is – te aanvaarden als een grond voor levensbeëindiging?
  12. Door te besluiten tot verpleeghuisopname van patiënte werden haar naaste familieleden medeverantwoordelijk voor het actueel worden van de euthanasieverklaring. Een extra morele belasting, naast de schuldgevoelens waarmee zo’n opnamebeslissing toch al gepaard gaat. Hoe beïnvloedde dit hun oordeelsvermogen? Resulteerde dit niet in extra druk op hen om aan te dringen op euthanasie?
  13. De term euthanasie is afgeleid van het Griekse eu thanatos: een goede dood. De ultieme vraag die deze casus, en de uitvoeringsdetails die daarover tot ons zijn gekomen, oproept luidt: is dit een goede of waardige dood geweest? Is dit een scenario van levensbeëindiging waar de wet voor bedoeld is? En is het moreel acceptabel om van artsen te verlangen daaraan mee te werken?

Er zal in de komende tijd nog veel discussie zijn over deze casus en na de uitspraak van de rechtbank komt er waarschijnlijk ook een hoger beroep. Dat juridische proces kan bijdragen aan verduidelijking van normen, maar overziet en betreft niet de volle breedte van het afwegings- en besluitvormingsproces van artsen. Daarvoor hebben we professionele normen en een helder medisch ethisch kader nodig. In de vormgeving daarvan moet de beroepsgroep zelf de lead nemen, om schrijnende situaties als deze in de toekomst te voorkomen. Dat is de doelstelling van ons dementieonderzoek: DALT. Hierin ontwikkelen we op basis van empirisch onderzoek, gecombineerd met ethische en rechtsfilosofische analyses, een normatief houvast voor artsen bedoeld om te ondersteunen in het zorgvuldig omgaan met schriftelijke euthanasieverklaringen van mensen met dementie. En daar nemen we de bovengeschetste ‘thirteen reasons why NOT’ als overwegingen in mee.

 

Cees Hertogh

Helaas gaat de regiotour vanwege een te laag aantal inschrijvingen niet door. Benieuwd naar verbinding praktijk en wetenschap in de ouderen- en gehandicaptenzorg?  Kom dan op 2 december naar de regiotour in Tilburg en/of meld je alvast aan voor het landelijk congres op 10 februari in Nieuwegein.

 

(oorspronkelijk bericht)

Een mooie samenwerking tussen Vilans en UNO-VUmc! Kom op donderdagmiddag 7 november ontdekken hoe je praktijk en wetenschap in de langdurige zorg dichter bij elkaar brengt. Waarom? Omdat je niet voor niets hart hebt voor de zorg die jij biedt. En er is altijd ruimte voor verbetering.

Tijdens de diverse workshops en presentaties krijg je een kijkje in hoe onderzoek en praktijk met elkaar zijn verbonden en wat we van elkaar kunnen leren:

  • Krijg inzicht in hoe je systematisch met onbegrepen gedrag kunt omgaan met de GRIP methode
  • Leer hoe Advance Care Planning precies werkt
  • Hoor hoe onderzoek kan bijdragen aan antibioticaresistentie en wat dat precies betekent
  • Ontdek hoe je een kennisbijeenkomst in je eigen organisatie tot een succes kunt maken
  • en nog veel meer….

Informatie

  • Donderdag 7 november 2019
  • 12.00 – 16.15 (inloop vanaf 12 uur met broodje)
  • CODA, Vosselmanstraat 299, Apeldoorn
  • Gratis, ook voor niet UNO-leden

Het Zoek het Uit congres is bedoeld voor zorgprofessionals, onderzoekers, docenten en andere betrokkenen bij en geïnteresseerd in de kennisinfrastructuur voor ouderen- en gehandicaptenzorg. Accreditatie is aangevraagd bij de V&VN.

Meer weten over kennis delen?

Inschrijven is niet meer mogelijk.

 

 

Antibioticaresistentie is een groeiend probleem in de ouderenzorg. Een gezamenlijke aanpak tegen het ontstaan en verdere verspreiding van resistentie is hard nodig. Daarom slaan we de handen ineen. Kom maandag 19 november 2018 naar het congres ‘Aanpak antibioticaresistentie in de ouderenzorg’ van het ministerie van VWS, het RIVM en Vilans. Ook het UNO-VUmc mag hier haar steentje aan bijdragen in de vorm van een trio presentatie over de onderzoeken PROGRESS, ANNA en UPCARE:

De nieuwe richtlijnen urineweginfecties en luchtweginfecties zijn nog maar net uit. Het opdoen van kennis op deze gebieden gaat door! Wat voegen de onderzoeken toe? Meld je snel aan voor de workshop ‘academische pitches’.

Samen staan we sterker!

Welke onderzoeksmethode zet jij in om de ouderenzorg te verbeteren?”

Die vraag stond centraal tijdens de jaarlijkse Wetenschapsdag van de zes samenwerkende academische netwerken ouderenzorg, dit keer georganiseerd door het UNO-UMCG. Wetenschappers uit alle netwerken deelden hun ervaringen met verschillende onderzoeksmethoden. Met kwalitatief onderzoek bijvoorbeeld, om inzicht te krijgen in de leefwereld van ouderen.

“Toe, kijk naar mij. Er is zoveel meer dan wat het lijkt. Dat zie je pas echt als je naar me kijkt. Toe, kijk eens écht naar mij…” Met een ontroerend lied over een man met dementie opende theatergroep Ervarea de SANO Wetenschapsdag 2018.

Combinatie van methoden

Daarna beschreef Sytse Zuidema, hoogleraar ouderengeneeskunde en dementie, UMCG en voorzitter van het UNO-UMCG, de opmars van nieuwe onderzoeksmethoden in de ouderenzorg. Aan de hand van actuele onderzoeken kwamen onder meer stepped wedge design, implementatieonderzoek, actieonderzoek en n=1-onderzoek aan bod. Zuidema pleit in de ouderenzorg voor “ander onderzoek dan klassiek gerandomiseerd gecontroleerd onderzoek (RCT), dat vaak niet geschikt is om complexe interventies in de zorg voor kwetsbare ouderen met multimorbiditeit te bestuderen.”

Zuidema: “Voor deze doelgroep is het veel zinvoller om interventies samen met de zorgpraktijk te ontwikkelen, te implementeren en daarna op werkzaamheid te onderzoeken.” Binnen het UNO-UMCG wordt daarom door themagroepen – leernetwerken rondom een bepaald onderzoeksthema, zoals Probleemgedrag of Medicatieveiligheid – volop geëxperimenteerd met verschillende onderzoeksmethoden.

Ervaren wat ouderen ervaren

Katrien Luijkx, bijzonder hoogleraar ouderenzorg en werkzaam voor de academische werkplaats TRANZO, vertelde over kwalitatief onderzoek. “Zeer waardevol als je inzicht wilt in de leefwereld van ouderen”, aldus Luijkx. “Om mensgerichte zorg te kunnen leveren moet je weten hoe het is om oud te zijn en zorg te ontvangen. Persoonlijke ervaringen en voorkeuren zijn moeilijk in vragenlijsten te vangen. Ga naast hen zitten, ervaar wat zij ervaren.” Dé oudere bestaat niet, benadrukte Luijkx. “Het is belangrijk dat zorgverleners zich daar bewust van zijn en in de praktijk leren omgaan met die variatie.”

Passende onderzoeksdesigns

Programmasecretarissen Vicky de Boer en Désirée te Marvelde van ZonMw vertelden over de focus van het programma Langdurige Zorg en Ondersteuning. Ze benadrukten het belang van het cliëntperspectief. Te Marvelde: “Het cliëntperspectief staat niet alleen centraal in de programmering, maar ook bij de beoordeling van onderzoeksaanvragen. Dus van onderzoekers vragen we om projecten in co-creatie te ontwikkelen en uit te voeren.” De Boer vertelde dat er binnen het programma ook ruimte komt voor fellowships voor MBO- en HBO-opgeleide zorgprofessionals. Bovenal wil ZonMw het veld stimuleren om praktisch toepasbare kennis op te leveren. De Boer: “Als er behoefte is aan nieuwe kennis, dan zijn er passende onderzoeksdesigns nodig om die kennis op te halen in de praktijk. Zodat nieuwe inzichten ook echt gebruikt worden en niet ergens op een plankje belanden.”

Presentaties online

Tijdens zeven parallelsessies deelden onderzoekers hun ervaringen met verschillende onderzoeksmethoden, aan de hand van voorbeelden uit de praktijk. Hun presentaties en die van de plenaire sprekers verschijnen binnenkort online op de website van SANO (Samenwerkende Academische Netwerken Ouderenzorg).

 

Voor zorgprofessionals, onderzoekers, beleidsmedewerkers en managers.

Kom naar de jaarlijkse wetenschapsdag van SANO, de Samenwerkende Academische Netwerken Ouderenzorg. Dit jaar in Groningen. Het thema is ‘methoden van onderzoek in de ouderenzorg’. Het belooft een interessant programma te worden, je vindt het hieronder. Inschrijven? Dat kun je ook direct hier doen.

 

Wanneer? Donderdag 8 november 2018 van 9.30 – 16.00, uur, inclusief lunch en drankje na afloop.

Waar? UMCG, Groningen

Waarover? Wetenschappelijke onderzoeksbenaderingen en -methoden.

Voor wie? • Onderzoekers, zorgprofessionals, managers en beleidsmedewerkers die werken aan het ontwikkelen, delen en (helpen) toepassen in de praktijk van (nieuwe) wetenschappelijke

kennis. • De organisatie waar je werkt is lid van een van de netwerken van SANO of daar direct bij betrokken.

Waarom?
• Nieuwe en verdiepende kennis verwerven en uitwisselen van ideeën over onderzoeksmethodieken
• Stimuleren van onderlinge (nieuwe) samenwerking in wetenschappelijke projecten.

Wat kost het? Aan deelname aan de SANO Wetenschapsdag zijn geen kosten verbonden.

Schrijf je nu in.

 

Dementie heeft verschillende vormen. Maar welke vorm een patiënt ook heeft, in de loop van de tijd zal hij of zij de wereld om zich heen steeds minder gaan begrijpen.

Er komen nieuwe gezondheidsproblemen bij…
Er ontstaan spraakstoornissen…
Beslissen over de eigen behandeling zal steeds moeilijker gaan…

Een grote verantwoordelijkheid komt op de schouders van de mantelzorgers neer. Een gevoelige en lastige taak waarop de meeste mensen niet of nauwelijks voorbereid zijn.

Voor wie?
Dit boekje is speciaal samengesteld voor familie en naasten. Maar ook voor zorgprofessionals is het een waardevolle handreiking. Bijvoorbeeld om de familie en naasten bij te staan met informatie na een gesprek.

De handreiking ‘Zorg rond het levenseinde voor mensen met Alzheimer of een andere vorm van dementie’ is nu ook online verkrijgbaar. Met deze handreiking vertellen wij over hoe dementie zich in het algemeen naar het einde toe ontwikkelt. Op die manier wordt inzicht gegeven in de mogelijke problemen en behandelmogelijkheden in de laatste levensfase. De handreiking legt de nadruk op palliatieve zorg.

 

 

 

 

 

Hoeveel Florence Nightingales telt Nederland? “Ontelbaar veel”, zegt Cees Hertogh, hoogleraar ouderengeneeskunde & ethiek van de zorg en hoofd universitair netwerk ouderenzorg VUmc (UNO-VUmc). “Want iedere verzorgende of verpleegkundige heeft wel een stukje van haar opmerkelijke karakter in zich: niet alleen verpleegde en verzorgde zij zieke en gewonde patiënten. Zij zorgde er bovendien voor dat processen beter gingen lopen en de zorg voor patiënten verbeterde. Een taak die vandaag de dag in het bijzonder op de schouders van onze zorgmedewerkers drukt, én die met beide handen aangepakt wordt. De zorg in Nederland is niet meer zoals vroeger. We werken er elke dag aan om betere zorg aan onze ouderen te leveren, om de veranderingen die gaande zijn in goede banen te leiden. Florence Nightingale is een werkwoord: jij Florence Nightingalet, wij Florence Nightingalen…. Wij zorgen voor de dag van morgen.  #12mei #dagvandeverpleging #trotsopdezorg #DvdV2018

 

 

Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat de kwaliteit van leven positief wordt beïnvloed door een gezonde mond. Om die reden wordt er veel onderzoek gedaan naar dit onderwerp én heeft de opleiding mondzorgkunde van Hogeschool InHolland Amsterdam een maatschappelijke stage in een verpleeghuis verplicht gesteld.

Kersti de Lugt-Lustig, werkzaam bij Vivium als Mondzorg Coach en docent ouderenzorg bij Hogeschool InHolland Amsterdam, zoekt zorginstellingen waar studenten mondzorgkunde stage kunnen lopen. De eerste stageperiode begint in november 2018 en duurt 7 weken (waarvan 1 dag per week stage). Aan de stage zijn geen kosten verbonden voor de zorginstelling.

Interesse of meer informatie? Kersti staat je graag te woord:

kersti.delugtlustig@InHolland.nl

T 06.23 81 69 38.

 

Leidt een beslisboom voor behandeling van urineweginfecties tot beter antibioticagebruik?
Het RIVM start in samenwerking met regionale zorgnetwerken een groot landelijk onderzoek naar resistente bacteriën in verpleeghuizen. Dit zijn bacteriën die ongevoelig zijn voor antibiotica. Steeds meer bacteriën worden ongevoelig voor antibiotica. Dat kan betekenen dat een ‘gewone’ infectie zoals een blaasontsteking, moeilijker kan worden behandeld. Daardoor zijn patiënten vaak langer of ernstiger ziek. Dit betreft vooral kwetsbare mensen, zoals zieken en ouderen. Het is de bedoeling dat ongeveer 300 verpleeghuizen verspreid over het hele land mee gaan doen.

Ook het UNO en haar aangesloten lid-organisaties buigen zich over deze problematiek. Met onderzoek ANNA wordt bekeken of de inzet van een beslisboom voor de behandeling van urineweginfecties leidt tot beter antibioticagebruik. Meer informatie?

Stuur nu verbeter ideeën in met kans op subsidie!

 

Meehelpen de zorg aan onze cliënten verder te ontwikkelen? Of onderzoeken of het invoeren van die nieuwe werkwijze leidt tot de gewenste uitkomsten? Het UNO-VUmc stelt een subsidie van €15.000 beschikbaar voor de organisatie die een kleinschalige, praktijkgerichte onderzoeksproject in ouderenzorgorganisaties wilt uitvoeren dat leidt tot betere zorg of werkwijzen.

Er zijn drie typen onderzoeken mogelijk:

  • Ontwikkel een werkwijze of product voor een probleem of vraag uit de praktijk, en onderzoek of deze werkwijze een oplossing biedt. Voorbeeld: Het valt je op dat cliënten die thuis nog een huisdier hadden, de omgang met het dier vaak missen. Je wilt onderzoeken of een dagbestedingsactiviteit met dieren een positieve invloed heeft op de kwaliteit van leven van deze cliënten.
  • Je wilt onderzoeken of een werkwijze of product, die al in jouw organisatie wordt gebruikt, ook leidt tot de gewenste uitkomsten. Of: je wilt onderzoeken of een werkwijze die elders leidt tot gewenste uitkomsten, óók in jouw organisatie goed werkt. Voorbeeld: De facilitaire dienst heeft een ‘kookboek’ ontwikkeld waaruit cliënten in een kleinschalig woongroep zelf een weekmenu kunnen samenstellen. Sinds kort wordt dit in enkele woongroepen gebruikt. Je wilt onderzoeken of de cliënten in de woongroepen die gebruik maken van het kookboek beter eten dan cliënten in de woongroepen die het kookboek niet gebruiken.
  • Je wilt onderzoeken of het lukt om een werkwijze of product, waarvan bekend is dat deze positieve effecten heeft, op een succesvolle manier is in te voeren in jouw organisatie. Voorbeeld: Onderzoek heeft aangetoond dat een bepaalde werkmethode in de GRZ ertoe leidt dat cliënten sneller weer naar huis kunnen. Je wilt deze werkmethode invoeren op drie afdelingen en daarbij onderzoeken op welke manier dit het beste lukt.

Voor deelname aan deze subsidieoproep bestaan enkele voorwaarden. Heb je ideeën of wil je de details van deze subsidieoproep inzien? Mail dan je naam, emailadres, functie, naam van de organisatie waar je voor werkt en het telefoonnummer waarop je te bereiken bent naar uno@vumc.nl en wij nemen contact met je op.

Meld je idee voor 20 april 2018 aan via uno@vumc.nl. We zien uit naar bijdragen van onze aangesloten organisaties.

 

Volg  ons nu op LinkedIn en Twitter.

‘Hoe zorgen we er voor dat we ons netwerk én de professionals daarbuiten bereiken, betrekken en inspireren met datgeen waar het UNO-VUmc met haar aangesloten zorgorganisaties voor staat? ‘Dat was het uitgangspunt bij de vraag of het zinvol is om ons netwerk ook op LinkedIn en Twitter te presenteren. En ja, meenden wij, dat is het zeker! Om meerdere redenen: social media is een passende manier om de nieuwste onderzoeken en resultaten te delen. Het is een manier om op de hoogte te blijven van alle ontwikkelingen die gaande zijn binnen de aangesloten organisaties in ons netwerk. Het geeft ons inzicht in wat andere netwerken of kenniscentra zo allemaal ondernemen. Het vereenvoudigt het in contact komen, en blijven, met alle professionals van onze aangesloten organisaties. Én het stelt ons in staat de buitenwereld kenbaar te maken aan welke ontwikkelingen wij als netwerk elke dag zo hard werken en welke projecten of onderzoeksresultaten wij klaar hebben liggen om voor hen mee aan de slag te gaan.

Een nieuw type netwerk dus: via de mogelijkheden van LinkedIn en Twitter. Wij nodigen u daarom uit om ons op LinkedIn en/of Twitter te volgen. We delen hier wetenswaardigheden, nieuws, nieuwe onderzoeken, resultaten, enzovoort. Volg ons, deel en praat mee!

 

Op 30 januari organiseert het onderzoeksprogramma Aging & Later Life van VUmc en AMC, in samenwerking met Trouw en De Nieuwe Liefde, een avond over de verhouding tussen vitaliteit en kwetsbaarheid.

Succesvol ouder worden?

Cees Hertogh is programmaleider van Aging & Later Life en hoofd van het UNO-VUmc. Hij gaat in debat met Marli Huijer (filosoof en voormalig denker des vaderlands) en Kader Abdolah (schrijver) over de spanning tussen gezond en succesvol ouder worden en het accepteren van beperkingen.
Is er nog plaats voor gebrek, verlies en afhankelijkheid in het denken over ouder worden? Of moet iedereen tot de laatste snik vitaal en vrolijk zijn? De avond begint om 20.00u en vindt plaats in debatcentrum De Nieuwe Liefde in Amsterdam.

De avond is onderdeel van een landelijke debatreeks over actuele medisch-ethische onderwerpen. Voorafgaand aan het debat zal er een inhoudelijk stuk verschijnen in Trouw.

Voor meer informatie en kaartverkoop kun je onderstaande links aanklikken.

http://denieuweliefde.com/programma/tot-laatste-snik-vitaal/#

Een aansprekend programma en een volle zaal. Daarmee is het symposium “goede zorg in de laatste levensfase” kort samengevat.

Van de Amstelzaal in VUmc was bijna elke stoel bezet: bijna 350 professionals uit de ouderenzorg namen deel aan het programma. In de ochtend werd – na de lancering van de nieuwe UNO-website – aandacht besteed aan verschillende aspecten van goede zorg in de laatste levensfase: Wat is goede zorg eigenlijk en wat is advance care planning (ACP)? Hoe wordt ACP toegepast in de eerste lijn? Hoe verloopt het ziekteproces bij dementie in de laatste levensfase? Hoe kijken mensen met dementie zelf naar hun ziekte en naar de toekomst? En welke rituelen en gebruiken zijn van belang aan het levenseinde bij verschillende religies?

Na deze inspirerende ochtend was er een levendige standjes-markt waar verschillende zorgorganisaties zich presenteerden.

Het middagprogramma was verdeeld in twee parallelsessies: één gericht op de zorg en één gericht op behandelaren.

Aansluitend was er een cabaret van theatergroep Langs de Lijn onder het motto: Dit is het einde!