Delier bij Dementie

Achtergrond

Hoewel het delier frequent voorkomt bij dementie, wordt het vaak niet herkend. Het delier gaat gepaard met een hoge lijdensdruk voor patiënten, met gevoelens van angst en bedreiging die vaak gepaard gaan met gedragsproblemen zoals agressie en afweer. Dit leidt tot een grote belasting voor familie en zorgverleners. Delieren zijn geassocieerd met een slechte prognose zoals versnelde achteruitgang in cognitie en functioneren, opname in verpleeghuis en verhoogd risico op overlijden. Het neuropathologisch correlaat van de slechte klinische uitkomsten van delier bij dementie is niet bekend.

Doel

Het krijgen van inzicht in de conceptuele aspecten van het delier, de klinische diagnose, de organisatie van de medische zorg, de invloed van geneesmiddelen met anticholinerge bijwerkingen en de neuropathologische correlaten van delier bij dementie. Met deze inzichten beoogt dit onderzoek aanknopingspunten te bieden om de kwaliteit van zorg voor patiënten met een delier bij dementie te verbeteren.

Methode

Dit project maakt gebruik van verschillende onderzoeksmethoden. Er wordt een descriptief, cross-sectioneel onderzoek uitgevoerd naar de specificiteit van twee testen voor delier. De patiëntengroep omvat 300 mensen met een klinische diagnose dementie die géén delier hebben. Hiernaast worden de problemen rond verwijzing en plaatsing in kaart gebracht aan de hand van ‘cases’ van op een gespecialiseerde unit opgenomen patiënten met delier bij dementie. De bij de case betrokken hulpverleners en mantelzorgers worden geïnterviewd. Om inzicht te krijgen in de relatie tussen medicatie met anticholinergene activiteit en het risico op delier, wordt gebruik van een dataset met routinematig verzamelde gegevens van bewoners van diverse verpleeg- en verzorgingshuizen in Nederland (VU-RAI database). Gebruikers van medicatie met anticholinerge (bij)werkingen (cases) worden vergeleken met patiënten die dergelijke medicatie niet gebruikten (controles). Tot slot wordt er dossieronderzoek verricht om inzicht te krijgen in klinische en neuropathologische kernmerken van patiënten die zijn overleden tijdens een delier gesupporneerd op een neurodegeneratieve aandoening. Hierbij worden ook obductie verslagen bekeken en hersenweefsel geanalyseerd.

Fase

Uitvoerende fase

Onderzoeker

Letty Oudewortel (VUmc/Viva! Zorggroep)