Grip op Probleemgedrag

Achtergrond

Probleemgedrag komt veel voor bij verpleeghuisbewoners met dementie. Verschillende richtlijnen voor de aanpak van probleemgedrag benadrukken het belang van psychosociale interventies, en adviseren om psychofarmaca gebruik zoveel mogelijk te beperken. Gebaseerd op deze richtlijnen is het praktische zorgprogramma ‘GRIP op probleemgedrag’ ontwikkeld. Dit programma bestaat uit een scholing over probleemgedrag en het belang van methodisch werken. Vervolgens wordt het methodisch werken vormgegeven en ondersteund in vier stappen:

  1. Vroegtijdig vaststellen van probleemgedrag door verbeterde signalering door verzorging, aan de hand van een scorelijst (NPI-Q).
  2. Analyse van het gedrag met behulp van een werkblad, dat wordt doorgegeven aan de arts (bij een lichamelijke oorzaak) of aan de psycholoog (bij een mogelijk psychische oorzaak).
  3. Opstellen van behandelplan, -doel en evaluatiemoment door de arts of psycholoog.
  4. Evaluatie met het team door de arts of de psycholoog.

Doel

Onderzoeken of de implementatie van ‘GRIP op probleemgedrag’ leidt tot een reductie in probleemgedrag en psychofarmaca gebruik.

Methode

GRIP werd stapsgewijs ingevoerd op 17 psychogeriatrische afdelingen in verpleeghuizen door heel Nederland. Elke 4 maanden werden door middel van interviews en vragenlijsten gegevens verzameld.

Resultaten

Er waren kleine verschillen in geagiteerd gedrag te zien tussen afdelingen waar het zorgprogramma al enige tijd liep en afdelingen waar het programma nog niet was ingevoerd. Bewoners waren daarnaast ook minder depressief, lusteloos en ontremd. Ook hadden ze minder last van waanbeelden. De kans dat antipsychotica werd voorgeschreven was gehalveerd en van antidepressiva was het 35% lager. Bij goede implementatie waren de resultaten groter dan op afdelingen waar GRIP maar matig was geïmplementeerd. Er was geen effect te zien van het zorgprogramma op vrijheidsbeperkende maatregelen.

Conclusie

De resultaten laten zien dat ‘GRIP op probleemgedrag’ goed werkt bij de aanpak van probleemgedrag, en dat het zorgt voor minder psychofarmaca gebruik. De effecten van het programma waren kleiner dan verwacht. Waarschijnlijk komt dit omdat het programma werd ingevoerd bij alle bewoners van de afdeling, terwijl niet iedereen last had van probleemgedrag. Hierdoor lijken de effecten mogelijk minder groot. Daarnaast hebben op sommige afdelingen implementatieproblemen een rol gespeeld.

Onderzoek

GRIP is door het UNO-VUmc, door onderzoeker Sandra Zwijsen ontwikkeld, in samenwerking met het UKON-netwerk.  Kenniscentrum Vilans maakte een filmpje over de interventie GRIP. Bekijk het hier.